Wilde hyena’s in Harar, Ethiopië

Na 10 uur gereden te hebben komen we in het donker aan in Harar (weer in het donker) en zoeken we naar een ok plek om te slapen. Dit blijkt moeilijker dan we denken. De meiden, Nele en Val, stellen na een aantal hotels bekeken te hebben, om gewoon een kamer te boeken voor de douche en op de parkeerplaats te kamperen, tot de verbazing van het hotel personeel.

Harar is gelegen in het oosten van Ethiopië, vlakbij Somalië. Een Moslim gemeenschap, het wordt als 4e heiligste stad voor de Islam beschouwd, waarvan de deuren gesloten waren voor non-Moslims tot de 19e eeuw. Het telt  maar liefst 90 moskeen als we door de straten van de oude stad lopen met stenen huizen en wit-gewaste muren voordat we bij de kleurrijke markt aankomen. Met de pittoreske scènes van het dagelijkse leven, vrouwen die uit kleine marktstelletjes hun waren verkopen en de vele kinderen die op straat rondrennen, beginnen we te begrijpen waarom de Franse dichter Arthur Rimbaud naar deze plek is gevlucht om de laatste jaren van zijn leven door te brengen.

Harar is bekend in de overlanders’ community vanwege de Hyena man Yussef Pepe. Iedere avond voedt hij 15-20 wilde hyena’s voor zijn huis, net buiten de ommuurde stad van Harar. We ontmoeten Yussef in de middag om een afspraak te maken voor die avond want we willen wel eens zien wat het allemaal is. In het donker onder de Afrikaanse sterrenhemel komen we aan bij zijn huis en kunnen nauwelijks Yussef herkennen in de schaduwen van het avondlicht. Hij maakt zich klaar voor de avond en lijkt wel in een soort van trance te leven. Hij zoekt een plek op de grond onder een boom en roept de hyena’s een voor een bij naam, Tot onze verbazing zien we ongeveer 12 hyena’s uit het donker tevoorschijn komen op nog geen 10 meter afstand! Terwijl de tijd verstrijkt komen er steeds meer hyena’s tevoorschijn om door Yussef of een van de bezoekers gevoerd te worden. Bjorn zei eerder vandaag dat hij de hyena’s niet wilde/durfde te voeren maar nu blijkt hij de eerste te zijn om de stok met wat vlees vast te houden en ze te voeren.

Op je knieën zitten, en dus op ooghoogte, die sterke dieren voeren is in het begin eng maar bovenal spannend, het zijn immers wilde hyena’s. De stok tussen je kaken klemmen is helemaal geweldig: de hyena moet dan het vlees van de stok grijpen dat niet meer dan 30 cm voor je gezicht hangt. Ze zijn iets groter dan een grote hond maar schuw als een jong katje. Zodra je opstaat rennen ze weg. Een geweldige ervaring om nooit meer te vergeten!

Les hyènes sauvages d’Harar, Ethiopie

Après 10 heures de route ce jour-là, nous entrons dans Harar à la nuit tombée (une fois encore) à la recherche d’un endroit décent pour passer la nuit, ce qui s’avère plus difficile que prévu. Les filles, Nele et Val, suggèrent après plusieurs tentatives décevantes dans des hôtels, de prendre une chambre uniquement pour accéder la salle de bain et de camper sur le parking de l’hôtel – ce qui étonne et amuse beaucoup les employés curieux de nos tentes sur les toits des 4×4.

Harar se situe loin de tout, à l’est de l’Ethiopie, proche de la Somalie. Avec sa communauté musulmane, la cité est considérée comme la 4e ville sainte de l’Islam et ses imposantes portes sont demeurées fermées à tout non-Musulman jusqu’au XIXe siècle. Comptant près de 90 mosquées, nous parcourons à pied le dédale des rues sinueuses de la vieille ville avec ses maisons en pierre et ses murs blanchis à la chaux, avant d’arriver sur au marché aux mille couleurs. Les femmes vendent fruits, légumes, épices et céréales sur des étals minuscules ou à même le sol, les enfants courent dans tous les sens en chantant et on commence à comprendre pourquoi le poète français Arthur Rimbaud a choisi cette cité pour y finir sa vie.

De nos jours, Harar est célèbre auprès des voyageurs pour l’homme aux hyènes : Yussuf Pepe. Chaque soir, il nourrit entre 15 et 20 hyènes sauvages devant sa maison, aux abords des murs encerclant la cité. Nous rencontrons Yussuf dans ses champs cet après-midi afin de prendre rendez-vous pour le soir à venir. Homme curieux, distant et détaché de tout, pourtant il semble s’intéresser à la coupe de cheveux de Val, encore une fois, tant de gens ne comprennent pas le pourquoi de ses cheveux aussi courts. Arrivant de nuit le soir-même, nous distinguons à peine Yussuf dans l’obscurité, il se prépare et semble être en transe. Il s’assoit sous un arbre et commence à appeler les hyènes par leurs noms respectifs. Une à une, nous les voyons émerger de l’obscurité des champs aux alentours. A 10m à peine de nous se trouvent déjà une douzaine de hyènes. Rapidement, de plus en plus de hyènes rejoignent Yussuf pour recevoir leur repas quotidien. Bjorn avait prétendu ne pas vouloir les nourrir lui-même, pourtant il est le premier d’entre nous à s’emparer du bâton avec la viande ! S’agenouiller, être à la même hauteur que ces vigoureux carnivores (une des mâchoires les plus puissantes du monde animal) est un peu effrayant au début, mais surtout très excitant. Mettre le bâton dans sa bouche pour les nourrir est encore mieux, la hyène s’approche à 30cm de votre visage pour attraper le morceau de viande qui pend à l’extrémité du bâton. Si on se relève, elles sont immédiatement apeurées, à aucun moment on ne se sent en danger. Elles ont à peu près la taille d’un gros chien mais sont en fait aussi timides qu’un petit chat. Une formidable expérience à conserver en mémoire pour toujours !

Wild hyenas in Harar, Ethiopia

After a 10-hour drive that day, we enter Harar in the dark (once again) looking for a suitable place to stay. This seems to be more difficult that initially expected. The girls, Nele and Val, suggest after having checked several hotels, to simply book a room to use its bathroom but to camp outside on the parking – to the astonishment of the hotel employees.

Harar is located on the far East-side of Ethiopia, close to Somalia. A Muslim community, it is considered the fourth holiest city for Islam and its high doors were closed to non-Muslim people until the 19th century. Counting no less than 90 mosques, we walk through the streets of the old city with stone houses or white-washed walls, before reaching the colorful market. With its picturesque scenes of daily life, women selling out of small stands and lots of children running around, we start to understand why the French poet Arthur Rimbaud chased this place to settle down at the end of his life.

Harar is famous in the overlanders’ community for the Hyena man Yussuf Pepe. Every evening, he feeds 15-20 wild hyenas in front of his house, just outside of the walled city of Harar. We visit Yussuf in his fields that afternoon to make an appointment for the coming evening, we want to see what it’s like. Arriving at night under the dark African sky, we distinguish Yussuf’ shadow, he’s getting ready and he looks as if he’s in some sort of trance. He sits down under a tree and start calling the hyenas by their names. One by one you see them emerging from the dark. No more than 10 meters away from us are about 12 hyenas. As time is passing by, more and more hyenas arrive to be fed by Yussuf or one of the visitors that joined him. Bjorn said he wouldn’t feed the hyenas, but he is in fact the first to hold the stick with some meat! Kneeling down, being at eye level with these powerful animals is scary at the beginning but most of all exciting. Putting the stick in your mouth to feed them is even better; the hyena has to come within 30 cm from your face to grab the meat off the stick. Getting up scares them away immediately, even though at no time we feel unsafe. They’re slightly bigger than a domestic dog but shy as a little cat. A great experience to cherish forever!

Addis Ababa, Ethiopië

Buiten Lalibela, onderweg naar Kombolcha, ontmoeten we andere overlanders die in tegengestelde richting rijden – althans dat denken we. We kunnen het niet laten om te stoppen en een praatje te maken, we hebben al een tijdje geen andere overlanders meer ontmoet tijdens de reis en het is altijd leuk om nieuwe reizigers tegen te komen. Bjorn en Nele komen uit België, een heel leuk stel, zijn onderweg naar Addis, dus we rijden wel in dezelfde richting?! We spreken ieder elkaars taal (Barry spreekt Nederlands, Val spreekt Frans, Bjorn en Nele spreken Nederlands en Frans en we spreken allemaal Engels) maar de eerste 5 minuten van het chaotische gesprek zijn een mix van alle talen zonder dat het duidelijk is wie nou welke taal spreekt. Waarschijnlijk dat ons Nederlandse kenteken de verwarring heeft veroorzaakt. Dat probleem lost zich vrij snel op: de meiden spreken samen Frans, en Barry en Bjorn spreken Nederlands en tezamen switchen we naar Engels zodat iedereen elkaar kan begrijpen. Bovendien zijn Bjorn en Nele een beetje gestrest, hun vooras is in de Danakil Depression gebroken (niet echt een plek waar je dit wil meemaken) en nu zijn ze niet zeker van hun Landrover na de reparatie. De remmen piepen enorm, de wielen trillen en als we bergop rijden raakt de motor oververhit. We bieden hen snel aan om als support auto achter hun aan te rijden voor het geval er iets mis zou gaan. Nele vind het wel een fijn idee en Bjorn lijkt het ook wel wat.

We komen laat in middag in de regen aan in Addis Ababa, en het is niet makkelijk om de camping in deze chaotische stad te vinden ondanks dat beide auto’s GPS hebben. Addis biedt niet veel activiteiten voor ons dus binnen 3 dagen met Bjorn en Nele regelen we de visa voor Kenia, gaan we boodschappen doen, reserve onderdelen halen voor de Toyota, kopen we 2 nieuwe banden en vinden met veel moeite een geldautomaat (ja het kan moeilijker zijn dan je denkt ondanks dat je in een hoofdstad bent). We kamperen bij Wim’s Holland House maar de regen maakt de camping niet erg gezellig, dus zodra we alles geregeld hebben in de hoofdstad zijn we weer op weg, blij de drukke stad te verlaten.

Addis Ababa, Ethiopie

En chemin vers Kombolcha, nous croisons d’autres voyageurs de l’autre côté de la route. On ne peut s’empêcher de faire demi-tour pour aller à leur rencontre, ce n’est pas souvent qu’on voit des voyageurs en Ethiopie et c’est toujours bien d’échanger quelques mots pour partager nos expériences. Bjorn et Nele sont Belges, un couple adorable, en route vers Addis Ababa, donc en fait nous allons tous dans la même direction ! On parle également tous nos langues respectives (Barry parle néerlandais, Val français, Bjorn et Nele néerlandais + français). Pourtant, les premières 5 mn de notre conversation chaotique sont un savant mélange de toutes ces langues sans savoir qui parle quoi exactement ! Ceci se résoudra très rapidement : les filles parlent français entre elles, les garçons néerlandais et tout le monde passe à l’anglais quand on est ensemble.

Bjorn et Nele sont en fait un peu stressés quand on les rencontre. Leur véhicule a eu de sérieux problèmes, en cassant leur essieu-avant, dans la région de Danakil – le pire endroit en Ethiopie où avoir des ennuis mécaniques – et ils ont désormais perdu confiance en leur Land Rover, suite à une réparation temporaire qui n’est certes pas fiable. Les freins grincent beaucoup trop et en montée de côte, leur moteur surchauffe. Nous leur proposons de rouler derrière eux en tant que véhicule de soutien, si besoin était, au cas où les choses tourneraient mal pour eux d’ici Addis qui est encore à 350km de route de montagne. Nele se sent soulagée et Bjorn ne refuse pas.

On entre dans Addis sous la pluie en début de soirée. Trouver le camping dans cette ville chaotique s’avère difficile, malgré que chaque 4×4 soit équipé de GPS. Addis n’offre guère d’activités ni d’attractions à notre goût, donc en 3 jours avec Bjorn et Nele nous arrangeons nos visas kenyans, faisons le plein de pièces détachées chez Toyota, achetons 2 nouveaux pneus tout-terrain et, chemin faisant, avons toutes les difficultés imaginables pour trouver un distributeur automatique qui fonctionne dans cette ville (oui, ça peut s’avérer plus difficile qu’on ne le croit, même dans une capitale). Nous campons tous à Wim’s Holland House (La Maison Hollandaise de Wim) mais la pluie est de la partie et faire du camping quand il pleut n’est guère plaisant, donc aussitôt terminé avec nos ”obligations” à Addis, on reprend la route, heureux de quitter l’agitation de cette ville de 3,5 million d’habitants officiellement (compter au moins 1/3 en plus officieusement !).

Addis Ababa, Ethiopia

Out of Lalibela on our way to Kombolcha, we meet other overlanders heading in the opposite direction – or so we think. We can’t help but stop the car to meet up with them, we have not seen many other overlanders for a while and it is always nice to meet travelers. Bjorn and Nele from Belgium, a lovely couple, are on their way to Addis, so actually we all go in the same direction! We all speak each others language (Barry speaks Dutch, Val French, Bjorn and Nele Dutch and French) but the first 5 minutes of our chaotic conversation are a mix of languages without knowing who speaks what! That issue will sort itself out very quickly: the girls speak French with each other, the boys Dutch and we all switch to English otherwise. On top of this Bjorn and Nele are a little stressed; their front axle broke in the Danakil Depression (not a place where you want your car to brake down) and now they are not confident with their Land Rover after the repair. The brakes squeak a lot and when going uphill the engine overheats . We offer to drive behind them as their support vehicle in case something would go wrong. Nele is a bit relieved and Bjorn doesn’t mind either.

We arrive in Addis in a rainy late afternoon, finding the camping in that chaotic city turns out to be difficult, although each car has its own GPS. Addis doesn’t offer much activities nor attraction to us, so within 3 days with Bjorn and Nele we arrange our Kenyan visa, go shopping for spare parts at Toyota Parts Center, buy 2 new tires  and along the way struggle to find a working ATM machine (yes, it can be more difficult than one might think, even in a capital!). We stay at Wim’s Holland House but the rain does not make the camping very pleasant, so as soon as we are sorted with “stuff to do” in the main city, we hit the road again, happy to go away from the busy town.

Lalibela, Ethiopië

Lalibela val ons zeker niet tegen… We zijn niet gek op toeristische bezienswaardigheden, maar deze plek heeft meer te bieden dan alleen maar oude stenen.

Bet Medhane Alem is de grootste monolitische, uit rotsen gehouwen, kerk in de wereld. Het enorme binnenwerk met 36 pilaren creëert een kathedraal gevoel. Omdat het de eerste kerk is die we bezoeken met Memekia, is het adembenemend en moeilijk voor te stellen hoe zo’n kerk gebouwd is in de Middeleeuwen. Gelukkig had Koning Lalibela de hulp van engelen, althans volgens de legende…

Memekia is de eerste gids die we hebben ingehuurd en het is een meevaller; hij is belezen, vriendelijk en spreek heel goed Engels. Tijdens de hele middag en de volgende morgen begeleidt hij ons door de 11 kerken. Veel tunnels en trappen verbinden sommige kerken hetgeen een gevoel geeft van door een labyrint te lopen. Memekia deelt met ons zijn kennis over de kerken die hij heeft opgedaan tijdens zijn studies aan de universiteit in Addis Ababa.

Bet Giyorgis (St. George) is absoluut de meest majestueuze van alle kerken. Het is beneden grond niveau uit de rotsen gehakt met een binnenplaats omgeven met steile rotswanden. De kerk is ongeveer 15 meter hoog, en in een symmetrisch kruisvorm uitgehakt. Omdat we net na zonsopgang bij de kerk aankomen hebben we de kans om deze prachtige kerk in alle rust te bekijken zonder andere toeristen om ons heen die de sfeer beïnvloeden. De priester die de kerk “bewaakt” verteld ons over de historie en de functie van de kerk en de religieuze elementen.

De kerken van Lalibela zijn gebouwd in de 12e eeuw en uit rotsen gehouwen van boven naar beneden hetgeen ze bijna onzichtbaar maakt in de omgeving. Lalibela is absoluut de meest aan te raden plek in Ethiopië om te bezoeken.

Lalibela, Ethiopie

Lalibela ne nous déçoit pas… Nous ne sommes pas fan de visite touristique généralement, mais ce site-là offre bien davantage qu’un amas de vieilles pierres.

Bet Medhane Alem demeure la plus grande église au monde construite entièrement dans la roche, son vaste intérieur avec ses 36 colonnes crée une atmosphère de cathédrale. Etant la 1er église que nous visitons avec Memekia, nous en avons le souffle coupé et il nous est difficile d’imaginer comment un tel ensemble a pu être construit à l’époque du Moyen-Age. Heureusement, le Roi Lalibela a été aidé par les anges pour cet avènement, selon la légende…

Memekia est le 1er guide que nous employons et il nous surprend agréablement : des connaissances approfondies, très sympathique et parlant un parfait anglais. Il nous guide à l’intérieur de cet immense complexe où les églises se superposent les unes aux autres. Les nombreux tunnels, escaliers, portes cachées et passages secrets nous donnent l’impression d’être dans un vrai labyrinthe. Memekia partage avec nous son savoir sur chaque église, qu’il a acquit à l’université d’Addis Ababa.

Bet Giyorgis (Saint-Georges) reste sans conteste la plus majestueuse des églises de Lalibela, littéralement creusée dans la roche en sous-sol, elle se dresse au milieu d’une cour entourée de murs rocheux. Haute de 15m, Saint-Georges a la forme d’une tour cruciforme parfaitement symétrique. Etant sur le site au petit matin, nous pouvons profiter de la magie de cet endroit sans l’ombre d’un touriste aux alentours pour venir perturber l’atmosphère religieuse. Le prêtre orthodoxe, gardien de l’église, nous explique la signification des différents éléments qui composent ce site unique.

La cité monastique de Lalibela fut construite au XIIe siècle et est entièrement creusée dans la roche à 2,630 mètres d’altitude. Le site ainsi enfoui sous-terre demeure quasiment invisible aux visiteurs de la région qui n’en connaîtrait pas son existence. Un lieu à voir absolument en Ethiopie.

Lalibela, Ethiopia

Lalibela doesn’t disappoint us… We’re not found of touristic visits, but this site has much more to offer than just old stones.

Bet Medhane Alem is the largest monolithic rock-hewn church in the world, the vast interior with its 36 large pillars creates a cathedral-like austerity. Being the first church we visit with Memekia, it is breathtaking and difficult to imagine how such a building could have been constructed in the dark Middle Age time. Fortunately King Lalibela had the help of the angels, according to the tradition…

Memekia is the first guide we hire and he comes as a nice surprise: he is knowledgable, friendly and speaks very good English. He takes us through the churches during a complete afternoon and the following morning. Many tunnels and stairs connect the several churches creating a feeling of walking in a labyrinth. Memekia shares with us his knowledge about each of the churches that he studied at the university in Addis Ababa.

Bet Giyorgis (St. George) is definitely the most majestic of all churches in Lalibela. It is excavated below ground level in a sunken courtyard enclosed by precipitous walls. Close to 15 meters in height, the church is carved in the shape of a symmetrical cruciform tower. Arriving early morning, we have the chance to see this majestic site without the shadow of any tourist disturbing the religious atmosphere, the priest who guards the church explains to us the various religious components of that unique place.

The churches of Lalibela were built in the 12th century and are carved out of the rocks from top to bottom making them almost invisible in the general landscape. Lalibela is absolutely the most worthy site in Ethiopia to visit.

Ethiopië – de markt in Axum met Elsa en Natnael

De rit van Debark naar Axum is maar 250km dus rond 3 uur in de middag springen we in de auto en rijden de bergen in richting Axum. Maar 250km in de bergen op echt slechte wegen, dat gaan we dus niet halen voordat het donker wordt. De eerste 100km door de bergen zijn fantastisch mooi met oude bomen en vele kleine dorpjes waar de kinderen op de auto af komen rennen en roepen ‘yuyuyuyuyuuyuyu’ totdat een van hen ziet dat je naar hem/haar kijkt en zijn/haar gezichtje compleet begint te stralen. De blik in hun ogen en de lach op hun gezicht is goud waard.

In 1 uur hebben we pas 20km afgelegd dus als de weg niet verbetert moeten we ergens onderweg slapen. We vinden een plek onder een grote boom buiten de dorpjes en net voordat het begint te regenen. Onze grootste zorg voor de nacht is privacy omdat als we gedurende de dag de auto ergens langs de kant zetten we meteen worden omringd door 10 of meer mensen.

De volgende morgen, na een rustige nacht, beginnen we aan de laatste 150km naar Axum. 75km voor Axum zien we zwart aan de horizon. Is dit echt wat het lijkt vragen we elkaar? Yep, het is asfalt, heel mooi asfalt! Met een paar korte onderbrekingen rijden we de laatste kilometers op een nieuwe asfalt weg.

Axum wordt onze basis voor een paar dagen omdat we een luxe hotel hebben gevonden voor Ethiopische standaarden: heet water uit de kraan, elektriciteit en een schoon bed (zonder vlooien). Gelukkig is de prijs ook Ethiopisch en maar 7 euro per nacht en dat is minder dan we voor veel campings hebben moeten betalen. Zaterdag is marktdag in Axum dus daar gaan we heen om een gevoel te krijgen van het lokale leven in het Tigrai gebied. Op de markt worden maar weinig groenten verkocht, je ziet veel verschillende soorten tarwe zoals tef, gebruikt om ‘injera’ te maken (de lokale zure pannekoek), katoen en plastic schoenen of tweede hands kleding. Na een uurtje gaan we ergens zitten om gewoon even rond te kijken en we worden meteen omringt door nieuwsgierige kinderen. We kunnen het niet laten om een paar foto’s te maken en zo ontmoeten we Natnael.Na een paar foto’s genomen te hebben laten we ze aan de kinderen en Natnael zien, een 13 jarige jongen, die ons vraagt waar we vandaan komen. Aangezien hij goed Engels spreekt kan hij voor ons vertalen denken we. We spenderen de middag met hem terwijl hij ons rondleidt op de markt.

Tussen veel kinderen staat Elsa, een lief 8 jarig meisje dat geen Engels spreekt maar met haar pure uitstraling onze aandacht trekt. We laten ook haar foto op de camera zien hetgeen een geweldige glimlach op haar gezicht tovert. Even later grijpt ze Val’s hand vast en laat deze voor de rest van de middag niet meer los. Als mensen naar hen kijken omdat ze hand in hand over de markt lopen, kijkt ze glimlachend naar Val en trekt ze zich niets aan van de blikken die sommige mensen haar geven. Samen met Natnael en Elsa lopen we op de markt rond van ‘kraam’ naar ‘kraam’. Natnael verteld ons waar de verschillende tarwe en kruiden voor zijn die worden verkocht op de markt. Barry probeert uit te leggen aan Natnael dat wij nooit ruwe katoen op de markt zien, alleen maar de truien en broeken die we dragen – het is moeilijk voor Natnael om dat te begrijpen en het is duidelijk dat het niet aan z’n Engels ligt. Het duurt niet lang voordat Natnael onze camera pakt en foto’s begint te nemen terwijl we met sommige kinderen kletsen. Een paar aanwijzingen hier en daar van Barry en Natnael maakt al snel leuke foto’s zonder enige hulp.

Onbedoeldbrengen we de hele dag door op de markt met Elsa en Natnael en dus brengen we de kinderen thuis om er zeker van te zijn dat ze veilig zijn. Elsa’s moeder is verrast wanneer we aankomen met haar dochter en heet ons van harte welkom. Elsa is trots om ons haar huis te laten zien voordat we afscheid nemen. We hebben Natnael sindsdien nog aantal keren ontmoet en gaan Elsa zeker opzoeken deze week. Het zijn 2 fantastische kinderen!