Ethiopië
Zuid Omo Valley, Ethiopië
16 / Jul / 2010
Al toen we Ethiopië binnenreden, ongeveer 5 weken geleden, wisten we dat we naar de Omo Valley zouden gaan, het is een must see locatie voor ons. Vanuit Konso, waar we afscheid moesten nemen van Bjorn en Nele hetgeen niet makkelijk was omdat geen van alle afscheid wilde nemen, is er maar een weg naar de Omo Valley. Nadat je over de brug bent rij je de Omo Valley binnen en het enige waar we aan denken zijn de stammen die we gaan zien en fotograferen. We lezen in de reisgids dat we een vergunning nodig hebben om in de Omo Valley met eigen auto te mogen rijden die we volgens de Bradt reisgids kunnen krijgen in Addis, Konso en Jinka. Addis ligt ver achter ons, in Konso vertelde ze ons dat we die in Jinka moeten halen omdat de Omo Valley niet onder hun bewind valt. Eenmaal aangekomen in Jinka worden we weer met een enigszins negatieve situatie voorgeschoteld. We moeten een gids huren om een reisvergunning te kunnen krijgen.
Op dat moment hebben we onze buik vol van de Ethiopische verrassingen. De ene keer moeten we parkeergeld betalen waar vervolgens niemand anders blijkt te hoeven betalen, of moeten we betalen voor een hotel kamer en camping als we op de parkeerplaats van een hotel overnachten, we betalen de toeristen prijs wanneer we boodschappen doen (prijzen die vaak 3x de normale prijs zijn) of er worden stenen naar de auto gegooid door de kinderen langs de weg, de vele wegopbrekingen waar geen enkele logica achter lijkt te zitten en nu een gids verplicht inhuren omdat we anders geen reisvergunning kunnen krijgen (zogenaamde regel in de Omo Valley). De gids die 20€ per dag kost (vrij hoog voor Ethiopië) moet uiteraard in jouw auto meereizen die al vol is met je bagage, je moet vervolgens een slaapplaats en eten voor hem betalen omdat die zelf niet voldoende geld en eten bij zich heeft, blijkt niet veel kennis te hebben van de stammen. Gelukkig spreekt hij Amharic en Engels (soms handig) maar in z'n rugzak met kleding voor een paar dagen zitten vervolgens vlooien (die je overal in Ethiopië tegenkomt) die nu vrolijk in je auto rondspringen. Zoals gezegd en nu wel duidelijk is we hebben onze buik langzaam vol van deze verrassingen in een land dat zo mooi is maar er voor lijkt te kiezen om het toeristen zo moeilijk mogelijk te maken en te voorkomen dat ze van de Ethiopische schoonheden kunnen genieten.
We vertellen de beambte dat we erover zullen denken en morgen terugkomen met onze beslissing. In de tussentijd gaan we langs het gids-centrum om uit te vinden wat een gids per dag kost en wat de voorwaarden zijn. We bespreken met hen onze plannen om de stammen te bezoeken en vertellen hen dat we graag foto's nemen van stammen in dorpjes die niet of nauwelijks door toeristen worden bezocht. We hebben een goed gevoel bij een van de gidsen en besluiten hem in te huren voor de komende dagen en dat als het bevalt we hem inhuren voor ongeveer 8 dagen (ongeveer een maandsalaris waard in dit land).
De volgende dag proberen we de beambte te spreken over de vergunning aangezien we nu een gids hebben gehuurd. Niet verbazingwekkend is hij er niet en ook de gids die we hadden ingehuurd wordt bijna verboden om met ons te werken omdat ze op rotatiebasis werken (hetgeen ze waren vergeten te zeggen de dag ervoor). De assistent van de beambte regelt inmiddels zelf de vergunning die we dan eindelijk na 3 uur wachten krijgen. De manager van de gids besluit uiteindelijk ons de gids toch te verhuren want 8 dagen werk mislopen wilde hij niet.
Nadat alles uiteindelijk is geregeld gaan we dieper de Omo Valley in om de Mursi stam te bezoeken die in Mago National Park leven. We zetten de tent op in Hayloha, een Mursi dorpje, en de volgende ochtend worden we door een paar jonge Mursi mannen onderaan de trap van onze tent begroet. Ze willen dat we een foto van ze nemen voor een paar Birr per foto (en per persoon). Hier komt dan de gids van pas omdat hij hen kan uitleggen dan we pas aan het eind van de dag tijdens zonsondergang fotos willen maken. Gedurende de dag kijken we wie we willen fotograferen en om een prijs vooraf af te spreken. Geen geld, geen foto!
Onze volgende bestemming is ten zuiden van Mago National Park en we moeten dus door het park rijden (de kortste weg). We komen er even later achter dat het landweggetje maar een paar keer per jaar wordt gebruikt. Het gras is zo hoog dat het onmogelijk is om te zien waar we moeten rijden en worden we letterlijk aangevallen door de Tetse vliegen. Alle ramen dicht, slaan we de vliegen die toch zijn binnengekomen dood om maar niet gebeten te worden, en doorrijden. Nog geen 4km later besluiten we om terug te rijden, we voelen ons niet op ons gemak met het idee dat als er ook maar iets gebeurd we in een park zitten in the middle of nowhere met al de Tetse vliegen om ons heen waar geen andere auto in de verste verte te bekennen is.
Eenmaal terug in Jinka proberen we de Ari stam te vinden omdat we begrepen dat zij zich met bladeren en bloemen decoreren. Eenmaal in een dorpje van de Ari stam horen we dat dat alleen nog maar gedaan wordt tijdens bruiloften en dat er verder weinig over is van hun tradities.
De volgende dag rijden we naar Turmi, ongeveer 120km over een ok gravel weg. In Turmi zullen we de Hamer en Bana stam zien en als we geluk hebben een bruiloft meemaken waar de man over stieren moet springen. De Hamer vrouwen dragen jurken van geitenvel en hebben oker in hun haar at een mooie rode gloed geeft. De Hamer leeft in veel kleine dorpjes rondom Turmi en komen op Maandag (Marktdag) in de stad om hun vee te verkopen en sorghum en mais te kopen. De mannen dragen rokken, hebben kleurrijke bandana's om hun hoofd en hebben indrukwekkende litteken tatoeages op hun borst en armen. We hebben dit keer geluk, er is een bruiloft de volgende dag en die gaan we fotograferen.
Na nog een aantal dorpjes bezocht te hebben besluiten we om de Omo Valley te verlaten. We hebben gemixte gevoelens. Aan de ene kant vinden we het geweldig om de verschillende stammen en hun primitieve levenswijze gezien te hebben en aan de andere kant konden we niet van veel momenten genieten omdat het contact met de stammen gelimiteerd is tot fotograferen en betalen. Zodra ze begrijpen dat je geen foto wilt of komt nemen is het gesprek zogezegd over. Toerisme heeft geld en vele andere dingen gebracht naar de Omo Valley inclusief het overmatig nuttigen van alcohol. Vaak troffen we een compleet dorp dronken aan rond 1 uur in de middag...Heeft toerisme de tradities van de Omo Valley om zeep geholpen?
Op dat moment hebben we onze buik vol van de Ethiopische verrassingen. De ene keer moeten we parkeergeld betalen waar vervolgens niemand anders blijkt te hoeven betalen, of moeten we betalen voor een hotel kamer en camping als we op de parkeerplaats van een hotel overnachten, we betalen de toeristen prijs wanneer we boodschappen doen (prijzen die vaak 3x de normale prijs zijn) of er worden stenen naar de auto gegooid door de kinderen langs de weg, de vele wegopbrekingen waar geen enkele logica achter lijkt te zitten en nu een gids verplicht inhuren omdat we anders geen reisvergunning kunnen krijgen (zogenaamde regel in de Omo Valley). De gids die 20€ per dag kost (vrij hoog voor Ethiopië) moet uiteraard in jouw auto meereizen die al vol is met je bagage, je moet vervolgens een slaapplaats en eten voor hem betalen omdat die zelf niet voldoende geld en eten bij zich heeft, blijkt niet veel kennis te hebben van de stammen. Gelukkig spreekt hij Amharic en Engels (soms handig) maar in z'n rugzak met kleding voor een paar dagen zitten vervolgens vlooien (die je overal in Ethiopië tegenkomt) die nu vrolijk in je auto rondspringen. Zoals gezegd en nu wel duidelijk is we hebben onze buik langzaam vol van deze verrassingen in een land dat zo mooi is maar er voor lijkt te kiezen om het toeristen zo moeilijk mogelijk te maken en te voorkomen dat ze van de Ethiopische schoonheden kunnen genieten.
We vertellen de beambte dat we erover zullen denken en morgen terugkomen met onze beslissing. In de tussentijd gaan we langs het gids-centrum om uit te vinden wat een gids per dag kost en wat de voorwaarden zijn. We bespreken met hen onze plannen om de stammen te bezoeken en vertellen hen dat we graag foto's nemen van stammen in dorpjes die niet of nauwelijks door toeristen worden bezocht. We hebben een goed gevoel bij een van de gidsen en besluiten hem in te huren voor de komende dagen en dat als het bevalt we hem inhuren voor ongeveer 8 dagen (ongeveer een maandsalaris waard in dit land).
De volgende dag proberen we de beambte te spreken over de vergunning aangezien we nu een gids hebben gehuurd. Niet verbazingwekkend is hij er niet en ook de gids die we hadden ingehuurd wordt bijna verboden om met ons te werken omdat ze op rotatiebasis werken (hetgeen ze waren vergeten te zeggen de dag ervoor). De assistent van de beambte regelt inmiddels zelf de vergunning die we dan eindelijk na 3 uur wachten krijgen. De manager van de gids besluit uiteindelijk ons de gids toch te verhuren want 8 dagen werk mislopen wilde hij niet.
Nadat alles uiteindelijk is geregeld gaan we dieper de Omo Valley in om de Mursi stam te bezoeken die in Mago National Park leven. We zetten de tent op in Hayloha, een Mursi dorpje, en de volgende ochtend worden we door een paar jonge Mursi mannen onderaan de trap van onze tent begroet. Ze willen dat we een foto van ze nemen voor een paar Birr per foto (en per persoon). Hier komt dan de gids van pas omdat hij hen kan uitleggen dan we pas aan het eind van de dag tijdens zonsondergang fotos willen maken. Gedurende de dag kijken we wie we willen fotograferen en om een prijs vooraf af te spreken. Geen geld, geen foto!
Onze volgende bestemming is ten zuiden van Mago National Park en we moeten dus door het park rijden (de kortste weg). We komen er even later achter dat het landweggetje maar een paar keer per jaar wordt gebruikt. Het gras is zo hoog dat het onmogelijk is om te zien waar we moeten rijden en worden we letterlijk aangevallen door de Tetse vliegen. Alle ramen dicht, slaan we de vliegen die toch zijn binnengekomen dood om maar niet gebeten te worden, en doorrijden. Nog geen 4km later besluiten we om terug te rijden, we voelen ons niet op ons gemak met het idee dat als er ook maar iets gebeurd we in een park zitten in the middle of nowhere met al de Tetse vliegen om ons heen waar geen andere auto in de verste verte te bekennen is.
Eenmaal terug in Jinka proberen we de Ari stam te vinden omdat we begrepen dat zij zich met bladeren en bloemen decoreren. Eenmaal in een dorpje van de Ari stam horen we dat dat alleen nog maar gedaan wordt tijdens bruiloften en dat er verder weinig over is van hun tradities.
De volgende dag rijden we naar Turmi, ongeveer 120km over een ok gravel weg. In Turmi zullen we de Hamer en Bana stam zien en als we geluk hebben een bruiloft meemaken waar de man over stieren moet springen. De Hamer vrouwen dragen jurken van geitenvel en hebben oker in hun haar at een mooie rode gloed geeft. De Hamer leeft in veel kleine dorpjes rondom Turmi en komen op Maandag (Marktdag) in de stad om hun vee te verkopen en sorghum en mais te kopen. De mannen dragen rokken, hebben kleurrijke bandana's om hun hoofd en hebben indrukwekkende litteken tatoeages op hun borst en armen. We hebben dit keer geluk, er is een bruiloft de volgende dag en die gaan we fotograferen.
Na nog een aantal dorpjes bezocht te hebben besluiten we om de Omo Valley te verlaten. We hebben gemixte gevoelens. Aan de ene kant vinden we het geweldig om de verschillende stammen en hun primitieve levenswijze gezien te hebben en aan de andere kant konden we niet van veel momenten genieten omdat het contact met de stammen gelimiteerd is tot fotograferen en betalen. Zodra ze begrijpen dat je geen foto wilt of komt nemen is het gesprek zogezegd over. Toerisme heeft geld en vele andere dingen gebracht naar de Omo Valley inclusief het overmatig nuttigen van alcohol. Vaak troffen we een compleet dorp dronken aan rond 1 uur in de middag...Heeft toerisme de tradities van de Omo Valley om zeep geholpen?
Op naar het zuiden van Ethiopië
03 / Jul / 2010
Terugkomend van Harar rijden we dezelfde weg terug richting Addis, er is maar een weg in dit deel van het land. Na Adama rijden we zuidwaarts richting Sodere Hot Springs en raken we in de meest bizarre situatie tot nu toe verwikkeld. Sodere is een National Park waarvoor je entree moet betalen, geen probleem zover, maar ze rekenen 4 Birr (1.3 euro cent) extra voor iedere fles water die je in de auto hebt. Jammer genoeg hebben we net ingeslagen in Adama en hebben we ieder (Bjorn en wij) ongeveer 50 liter water per auto. Het gaat uiteraard niet om de extra euros die we moeten betalen maar om het principe. Ze willen koste wat kost niet aannemen dat we kamperen en daarom veel water aan boord hebben dus besluiten we om om te draaien (na entree geld teruggekregen te hebben uiteraard) ondanks dat we geen idee hadden waar we nu naartoe gaan aangezien het al 5 uur in de middag is. Na een lange dag van 12 uur rijden bereiken we dan eindelijk de camping aan Lake Langano.
Karkaro Beach Camp is fantastisch gelegen aan het meer. We realiseren de schoonheid van de plek pas als we de volgende ochtend wakker worden met zonsopgang en uitkijken op het prachtige meer met niemand om ons heen behalve Bjorn en Nele. Dit is de eerste keer in Ethiopië dat we van een locatie kunnen genieten zonder dat we minstens 10 mensen om ons heen hebben die om water, geld of een pen vragen. Overbodig om te zeggen dat we 2 dagen zijn gebleven om even goed van die mooie plek te genieten. Barry en Bjorn besluiten om te gaan vissen terwijl Nele en Val in het warme, Bilharzia vrije, water gaan zwemmen. Na een paar uurtjes vissen hebben we er 4 op de gril liggen die zijn schoon en dood gemaakt door de moedige Nele. Bjorn is de kok voor de avond en verrast ons ook nog met heerlijke zelfgemaakte chocolade mouse, speciaal gemaakt voor Val's verjaardag.
Enigszins verbaasd, omdat we graag alleen reizen, voelde het heel goed om samen met Bjorn en Nele Ethiopië te verkennen. Gedag zeggen, een paar honderd kilometers zuidelijker in Konso, waar we ieder een andere richting zullen rijden, is moeilijk. Zij rijden door naar het zuiden en Kenia om familie te ontmoeten die overkomen uit België en wij gaan richting het westen naar de Omo Valley. Tijdens de reis zijn Bjorn en Nele goede vrienden geworden en weten we dat we elkaar we ergens zullen ontmoeten. We zullen ze gaan missen.
Karkaro Beach Camp is fantastisch gelegen aan het meer. We realiseren de schoonheid van de plek pas als we de volgende ochtend wakker worden met zonsopgang en uitkijken op het prachtige meer met niemand om ons heen behalve Bjorn en Nele. Dit is de eerste keer in Ethiopië dat we van een locatie kunnen genieten zonder dat we minstens 10 mensen om ons heen hebben die om water, geld of een pen vragen. Overbodig om te zeggen dat we 2 dagen zijn gebleven om even goed van die mooie plek te genieten. Barry en Bjorn besluiten om te gaan vissen terwijl Nele en Val in het warme, Bilharzia vrije, water gaan zwemmen. Na een paar uurtjes vissen hebben we er 4 op de gril liggen die zijn schoon en dood gemaakt door de moedige Nele. Bjorn is de kok voor de avond en verrast ons ook nog met heerlijke zelfgemaakte chocolade mouse, speciaal gemaakt voor Val's verjaardag.
Enigszins verbaasd, omdat we graag alleen reizen, voelde het heel goed om samen met Bjorn en Nele Ethiopië te verkennen. Gedag zeggen, een paar honderd kilometers zuidelijker in Konso, waar we ieder een andere richting zullen rijden, is moeilijk. Zij rijden door naar het zuiden en Kenia om familie te ontmoeten die overkomen uit België en wij gaan richting het westen naar de Omo Valley. Tijdens de reis zijn Bjorn en Nele goede vrienden geworden en weten we dat we elkaar we ergens zullen ontmoeten. We zullen ze gaan missen.
Wilde hyena's in Harar, Ethiopië
02 / Jul / 2010
Na 10 uur gereden te hebben komen we in het donker aan in Harar (weer in het donker) en zoeken we naar een ok plek om te slapen. Dit blijkt moeilijker dan we denken. De meiden, Nele en Val, stellen na een aantal hotels bekeken te hebben, om gewoon een kamer te boeken voor de douche en op de parkeerplaats te kamperen, tot de verbazing van het hotel personeel.
Harar is gelegen in het oosten van Ethiopië, vlakbij Somalië. Een Moslim gemeenschap, het wordt als 4e heiligste stad voor de Islam beschouwd, waarvan de deuren gesloten waren voor non-Moslims tot de 19e eeuw. Het telt maar liefst 90 moskeen als we door de straten van de oude stad lopen met stenen huizen en wit-gewaste muren voordat we bij de kleurrijke markt aankomen. Met de pittoreske scènes van het dagelijkse leven, vrouwen die uit kleine marktstelletjes hun waren verkopen en de vele kinderen die op straat rondrennen, beginnen we te begrijpen waarom de Franse dichter Arthur Rimbaud naar deze plek is gevlucht om de laatste jaren van zijn leven door te brengen.
Harar is bekend in de overlanders' community vanwege de Hyena man Yussef Pepe. Iedere avond voedt hij 15-20 wilde hyena's voor zijn huis, net buiten de ommuurde stad van Harar. We ontmoeten Yussef in de middag om een afspraak te maken voor die avond want we willen wel eens zien wat het allemaal is. In het donker onder de Afrikaanse sterrenhemel komen we aan bij zijn huis en kunnen nauwelijks Yussef herkennen in de schaduwen van het avondlicht. Hij maakt zich klaar voor de avond en lijkt wel in een soort van trance te leven. Hij zoekt een plek op de grond onder een boom en roept de hyena's een voor een bij naam, Tot onze verbazing zien we ongeveer 12 hyena's uit het donker tevoorschijn komen op nog geen 10 meter afstand! Terwijl de tijd verstrijkt komen er steeds meer hyena's tevoorschijn om door Yussef of een van de bezoekers gevoerd te worden. Bjorn zei eerder vandaag dat hij de hyena's niet wilde/durfde te voeren maar nu blijkt hij de eerste te zijn om de stok met wat vlees vast te houden en ze te voeren.
Op je knieën zitten, en dus op ooghoogte, die sterke dieren voeren is in het begin eng maar bovenal spannend, het zijn immers wilde hyena's. De stok tussen je kaken klemmen is helemaal geweldig: de hyena moet dan het vlees van de stok grijpen dat niet meer dan 30 cm voor je gezicht hangt. Ze zijn iets groter dan een grote hond maar schuw als een jong katje. Zodra je opstaat rennen ze weg. Een geweldige ervaring om nooit meer te vergeten!
Harar is gelegen in het oosten van Ethiopië, vlakbij Somalië. Een Moslim gemeenschap, het wordt als 4e heiligste stad voor de Islam beschouwd, waarvan de deuren gesloten waren voor non-Moslims tot de 19e eeuw. Het telt maar liefst 90 moskeen als we door de straten van de oude stad lopen met stenen huizen en wit-gewaste muren voordat we bij de kleurrijke markt aankomen. Met de pittoreske scènes van het dagelijkse leven, vrouwen die uit kleine marktstelletjes hun waren verkopen en de vele kinderen die op straat rondrennen, beginnen we te begrijpen waarom de Franse dichter Arthur Rimbaud naar deze plek is gevlucht om de laatste jaren van zijn leven door te brengen.
Harar is bekend in de overlanders' community vanwege de Hyena man Yussef Pepe. Iedere avond voedt hij 15-20 wilde hyena's voor zijn huis, net buiten de ommuurde stad van Harar. We ontmoeten Yussef in de middag om een afspraak te maken voor die avond want we willen wel eens zien wat het allemaal is. In het donker onder de Afrikaanse sterrenhemel komen we aan bij zijn huis en kunnen nauwelijks Yussef herkennen in de schaduwen van het avondlicht. Hij maakt zich klaar voor de avond en lijkt wel in een soort van trance te leven. Hij zoekt een plek op de grond onder een boom en roept de hyena's een voor een bij naam, Tot onze verbazing zien we ongeveer 12 hyena's uit het donker tevoorschijn komen op nog geen 10 meter afstand! Terwijl de tijd verstrijkt komen er steeds meer hyena's tevoorschijn om door Yussef of een van de bezoekers gevoerd te worden. Bjorn zei eerder vandaag dat hij de hyena's niet wilde/durfde te voeren maar nu blijkt hij de eerste te zijn om de stok met wat vlees vast te houden en ze te voeren.
Op je knieën zitten, en dus op ooghoogte, die sterke dieren voeren is in het begin eng maar bovenal spannend, het zijn immers wilde hyena's. De stok tussen je kaken klemmen is helemaal geweldig: de hyena moet dan het vlees van de stok grijpen dat niet meer dan 30 cm voor je gezicht hangt. Ze zijn iets groter dan een grote hond maar schuw als een jong katje. Zodra je opstaat rennen ze weg. Een geweldige ervaring om nooit meer te vergeten!
Addis Ababa, Ethiopië
28 / Jun / 2010
Buiten Lalibela, onderweg naar Kombolcha, ontmoeten we andere overlanders die in tegengestelde richting rijden - althans dat denken we. We kunnen het niet laten om te stoppen en een praatje te maken, we hebben al een tijdje geen andere overlanders meer ontmoet tijdens de reis en het is altijd leuk om nieuwe reizigers tegen te komen. Bjorn en Nele komen uit België, een heel leuk stel, zijn onderweg naar Addis, dus we rijden wel in dezelfde richting?! We spreken ieder elkaars taal (Barry spreekt Nederlands, Val spreekt Frans, Bjorn en Nele spreken Nederlands en Frans en we spreken allemaal Engels) maar de eerste 5 minuten van het chaotische gesprek zijn een mix van alle talen zonder dat het duidelijk is wie nou welke taal spreekt. Waarschijnlijk dat ons Nederlandse kenteken de verwarring heeft veroorzaakt. Dat probleem lost zich vrij snel op: de meiden spreken samen Frans, en Barry en Bjorn spreken Nederlands en tezamen switchen we naar Engels zodat iedereen elkaar kan begrijpen. Bovendien zijn Bjorn en Nele een beetje gestrest, hun vooras is in de Danakil Depression gebroken (niet echt een plek waar je dit wil meemaken) en nu zijn ze niet zeker van hun Landrover na de reparatie. De remmen piepen enorm, de wielen trillen en als we bergop rijden raakt de motor oververhit. We bieden hen snel aan om als support auto achter hun aan te rijden voor het geval er iets mis zou gaan. Nele vind het wel een fijn idee en Bjorn lijkt het ook wel wat.
We komen laat in middag in de regen aan in Addis Ababa, en het is niet makkelijk om de camping in deze chaotische stad te vinden ondanks dat beide auto's GPS hebben. Addis biedt niet veel activiteiten voor ons dus binnen 3 dagen met Bjorn en Nele regelen we de visa voor Kenia, gaan we boodschappen doen, reserve onderdelen halen voor de Toyota, kopen we 2 nieuwe banden en vinden met veel moeite een geldautomaat (ja het kan moeilijker zijn dan je denkt ondanks dat je in een hoofdstad bent). We kamperen bij Wim's Holland House maar de regen maakt de camping niet erg gezellig, dus zodra we alles geregeld hebben in de hoofdstad zijn we weer op weg, blij de drukke stad te verlaten.
We komen laat in middag in de regen aan in Addis Ababa, en het is niet makkelijk om de camping in deze chaotische stad te vinden ondanks dat beide auto's GPS hebben. Addis biedt niet veel activiteiten voor ons dus binnen 3 dagen met Bjorn en Nele regelen we de visa voor Kenia, gaan we boodschappen doen, reserve onderdelen halen voor de Toyota, kopen we 2 nieuwe banden en vinden met veel moeite een geldautomaat (ja het kan moeilijker zijn dan je denkt ondanks dat je in een hoofdstad bent). We kamperen bij Wim's Holland House maar de regen maakt de camping niet erg gezellig, dus zodra we alles geregeld hebben in de hoofdstad zijn we weer op weg, blij de drukke stad te verlaten.
Lalibela, Ethiopië
24 / Jun / 2010
Lalibela val ons zeker niet tegen... We zijn niet gek op toeristische bezienswaardigheden, maar deze plek heeft meet te bieden dan alleen maar oude stenen.
Bet Medhane Alem is de grootste monolitische, uit rotsen gehouwen, kerk in de wereld. Het enorme binnenwerk met 36 pilaren creëert een kathedraal gevoel. Omdat het de eerste kerk is die we bezoeken met Memekia, is het adembenemend en moeilijk voor te stellen hoe zo'n kerk gebouwd is in de Middeleeuwen. Gelukkig had Koning Lalibela de hulp van engelen, althans volgens de legende...
Memekia is de eerste gids die we hebben ingehuurd en het is een meevaller; hij is belezen, vriendelijk en spreek heel goed Engels. Tijdens de hele middag en de volgende morgen begeleidt hij ons door de 11 kerken. Veel tunnels en trappen verbinden sommige kerken hetgeen een gevoel geeft van door een labyrint te lopen. Memekia deelt met ons zijn kennis over de kerken die hij heeft opgedaan tijdens zijn studies aan de universiteit in Addis Ababa.
Bet Giyorgis (St. George) is absoluut de meest majestueuze van alle kerken. Het is beneden grond niveau uit de rotsen gehakt met een binnenplaats omgeven met steile rotswanden. De kerk is ongeveer 15 meter hoog, en in een symmetrisch kruisvorm uitgehakt. Omdat we net na zonsopgang bij de kerk aankomen hebben we de kans om deze prachtige kerk in alle rust te bekijken zonder andere toeristen om ons heen die de sfeer beïnvloeden. De priester die de kerk "bewaakt" verteld ons over de historie en de functie van de kerk en de religieuze elementen.
De kerken van Lalibela zijn gebouwd in de 12e eeuw en uit rotsen gehouwen van boven naar beneden hetgeen ze bijna onzichtbaar maakt in de omgeving. Lalibela is absoluut de meest aan te raden plek in Ethiopië om te bezoeken.
Bet Medhane Alem is de grootste monolitische, uit rotsen gehouwen, kerk in de wereld. Het enorme binnenwerk met 36 pilaren creëert een kathedraal gevoel. Omdat het de eerste kerk is die we bezoeken met Memekia, is het adembenemend en moeilijk voor te stellen hoe zo'n kerk gebouwd is in de Middeleeuwen. Gelukkig had Koning Lalibela de hulp van engelen, althans volgens de legende...
Memekia is de eerste gids die we hebben ingehuurd en het is een meevaller; hij is belezen, vriendelijk en spreek heel goed Engels. Tijdens de hele middag en de volgende morgen begeleidt hij ons door de 11 kerken. Veel tunnels en trappen verbinden sommige kerken hetgeen een gevoel geeft van door een labyrint te lopen. Memekia deelt met ons zijn kennis over de kerken die hij heeft opgedaan tijdens zijn studies aan de universiteit in Addis Ababa.
Bet Giyorgis (St. George) is absoluut de meest majestueuze van alle kerken. Het is beneden grond niveau uit de rotsen gehakt met een binnenplaats omgeven met steile rotswanden. De kerk is ongeveer 15 meter hoog, en in een symmetrisch kruisvorm uitgehakt. Omdat we net na zonsopgang bij de kerk aankomen hebben we de kans om deze prachtige kerk in alle rust te bekijken zonder andere toeristen om ons heen die de sfeer beïnvloeden. De priester die de kerk "bewaakt" verteld ons over de historie en de functie van de kerk en de religieuze elementen.
De kerken van Lalibela zijn gebouwd in de 12e eeuw en uit rotsen gehouwen van boven naar beneden hetgeen ze bijna onzichtbaar maakt in de omgeving. Lalibela is absoluut de meest aan te raden plek in Ethiopië om te bezoeken.
Ethiopië - de markt in Axum met Elsa en Natnael
14 / Jun / 2010
De rit van Debark naar Axum is maar 250km dus rond 3 uur in de middag springen we in de auto en rijden de bergen in richting Axum. Maar 250km in de bergen op echt slechte wegen, dat gaan we dus niet halen voordat het donker wordt. De eerste 100km door de bergen zijn fantastisch mooi met oude bomen en vele kleine dorpjes waar de kinderen op de auto af komen rennen en roepen 'yuyuyuyuyuuyuyu' totdat een van hen ziet dat je naar hem/haar kijkt en zijn/haar gezichtje compleet begint te stralen. De blik in hun ogen en de lach op hun gezicht is goud waard.
In 1 uur hebben we pas 20km afgelegd dus als de weg niet verbetert moeten we ergens onderweg slapen. We vinden een plek onder een grote boom buiten de dorpjes en net voordat het begint te regenen. Onze grootste zorg voor de nacht is privacy omdat als we gedurende de dag de auto ergens langs de kant zetten we meteen worden omringd door 10 of meer mensen.
De volgende morgen, na een rustige nacht, beginnen we aan de laatste 150km naar Axum. 75km voor Axum zien we zwart aan de horizon. Is dit echt wat het lijkt vragen we elkaar? Yep, het is asfalt, heel mooi asfalt! Met een paar korte onderbrekingen rijden we de laatste kilometers op een nieuwe asfalt weg.
Axum wordt onze basis voor een paar dagen omdat we een luxe hotel hebben gevonden voor Ethiopische standaarden: heet water uit de kraan, elektriciteit en een schoon bed (zonder vlooien). Gelukkig is de prijs ook Ethiopisch en maar 7 euro per nacht en dat is minder dan we voor veel campings hebben moeten betalen. Zaterdag is marktdag in Axum dus daar gaan we heen om een gevoel te krijgen van het lokale leven in het Tigrai gebied. Op de markt worden maar weinig groenten verkocht, je ziet veel verschillende soorten tarwe zoals tef, gebruikt om 'injera' te maken (de lokale zure pannekoek), katoen en plastic schoenen of tweede hands kleding. Na een uurtje gaan we ergens zitten om gewoon even rond te kijken en we worden meteen omringt door nieuwsgierige kinderen. We kunnen het niet laten om een paar foto's te maken en zo ontmoeten we Natnael.Na een paar foto's genomen te hebben laten we ze aan de kinderen en Natnael zien, een 13 jarige jongen, die ons vraagt waar we vandaan komen. Aangezien hij goed Engels spreekt kan hij voor ons vertalen denken we. We spenderen de middag met hem terwijl hij ons rondleidt op de markt.
Tussen veel kinderen staat Elsa, een lief 8 jarig meisje dat geen Engels spreekt maar met haar pure uitstraling onze aandacht trekt. We laten ook haar foto op de camera zien hetgeen een geweldige glimlach op haar gezicht tovert. Even later grijpt ze Val's hand vast en laat deze voor de rest van de middag niet meer los. Als mensen naar hen kijken omdat ze hand in hand over de markt lopen, kijkt ze glimlachend naar Val en trekt ze zich niets aan van de blikken die sommige mensen haar geven. Samen met Natnael en Elsa lopen we op de markt rond van 'kraam' naar 'kraam'. Natnael verteld ons waar de verschillende tarwe en kruiden voor zijn die worden verkocht op de markt. Barry probeert uit te leggen aan Natnael dat wij nooit ruwe katoen op de markt zien, alleen maar de truien en broeken die we dragen - het is moeilijk voor Natnael om dat te begrijpen en het is duidelijk dat het niet aan z'n Engels ligt. Het duurt niet lang voordat Natnael onze camera pakt en foto's begint te nemen terwijl we met sommige kinderen kletsen. Een paar aanwijzingen hier en daar van Barry en Natnael maakt al snel leuke foto's zonder enige hulp.
Onbedoeldbrengen we de hele dag door op de markt met Elsa en Natnael en dus brengen we de kinderen thuis om er zeker van te zijn dat ze veilig zijn. Elsa's moeder is verrast wanneer we aankomen met haar dochter en heet ons van harte welkom. Elsa is trots om ons haar huis te laten zien voordat we afscheid nemen. We hebben Natnael sindsdien nog aantal keren ontmoet en gaan Elsa zeker opzoeken deze week. Het zijn 2 fantastische kinderen!
In 1 uur hebben we pas 20km afgelegd dus als de weg niet verbetert moeten we ergens onderweg slapen. We vinden een plek onder een grote boom buiten de dorpjes en net voordat het begint te regenen. Onze grootste zorg voor de nacht is privacy omdat als we gedurende de dag de auto ergens langs de kant zetten we meteen worden omringd door 10 of meer mensen.
De volgende morgen, na een rustige nacht, beginnen we aan de laatste 150km naar Axum. 75km voor Axum zien we zwart aan de horizon. Is dit echt wat het lijkt vragen we elkaar? Yep, het is asfalt, heel mooi asfalt! Met een paar korte onderbrekingen rijden we de laatste kilometers op een nieuwe asfalt weg.
Axum wordt onze basis voor een paar dagen omdat we een luxe hotel hebben gevonden voor Ethiopische standaarden: heet water uit de kraan, elektriciteit en een schoon bed (zonder vlooien). Gelukkig is de prijs ook Ethiopisch en maar 7 euro per nacht en dat is minder dan we voor veel campings hebben moeten betalen. Zaterdag is marktdag in Axum dus daar gaan we heen om een gevoel te krijgen van het lokale leven in het Tigrai gebied. Op de markt worden maar weinig groenten verkocht, je ziet veel verschillende soorten tarwe zoals tef, gebruikt om 'injera' te maken (de lokale zure pannekoek), katoen en plastic schoenen of tweede hands kleding. Na een uurtje gaan we ergens zitten om gewoon even rond te kijken en we worden meteen omringt door nieuwsgierige kinderen. We kunnen het niet laten om een paar foto's te maken en zo ontmoeten we Natnael.Na een paar foto's genomen te hebben laten we ze aan de kinderen en Natnael zien, een 13 jarige jongen, die ons vraagt waar we vandaan komen. Aangezien hij goed Engels spreekt kan hij voor ons vertalen denken we. We spenderen de middag met hem terwijl hij ons rondleidt op de markt.
Tussen veel kinderen staat Elsa, een lief 8 jarig meisje dat geen Engels spreekt maar met haar pure uitstraling onze aandacht trekt. We laten ook haar foto op de camera zien hetgeen een geweldige glimlach op haar gezicht tovert. Even later grijpt ze Val's hand vast en laat deze voor de rest van de middag niet meer los. Als mensen naar hen kijken omdat ze hand in hand over de markt lopen, kijkt ze glimlachend naar Val en trekt ze zich niets aan van de blikken die sommige mensen haar geven. Samen met Natnael en Elsa lopen we op de markt rond van 'kraam' naar 'kraam'. Natnael verteld ons waar de verschillende tarwe en kruiden voor zijn die worden verkocht op de markt. Barry probeert uit te leggen aan Natnael dat wij nooit ruwe katoen op de markt zien, alleen maar de truien en broeken die we dragen - het is moeilijk voor Natnael om dat te begrijpen en het is duidelijk dat het niet aan z'n Engels ligt. Het duurt niet lang voordat Natnael onze camera pakt en foto's begint te nemen terwijl we met sommige kinderen kletsen. Een paar aanwijzingen hier en daar van Barry en Natnael maakt al snel leuke foto's zonder enige hulp.
Onbedoeldbrengen we de hele dag door op de markt met Elsa en Natnael en dus brengen we de kinderen thuis om er zeker van te zijn dat ze veilig zijn. Elsa's moeder is verrast wanneer we aankomen met haar dochter en heet ons van harte welkom. Elsa is trots om ons haar huis te laten zien voordat we afscheid nemen. We hebben Natnael sindsdien nog aantal keren ontmoet en gaan Elsa zeker opzoeken deze week. Het zijn 2 fantastische kinderen!
Ethiopië - Simiën Gebergte
10 / Jun / 2010
We komen een beetje te laat aan in Debark om de toegangskaartjes en de scout te regelen voor het Simiën Gebergte en eindigen de rit bij het Simiën Park Hotel. Aangezien het niet het schoonste hotel is in de stad slapen we vannacht in de auto. Toilet maar geen douche; als je wil kan er een emmer water worden geregeld om je te wassen. Alsof we een bush douche zullen nemen midden op de parkeerplaats?! We hoeven niet te vertellen dat we daar weg waren bij het zien van de eerste zonnestralen en op weg waren naar het kantoortje voor het Simiën Gebergte.
Ondanks onze moeite om geen scout te nemen worden we vriendelijk duidelijk gemaakt dat een scout met geweer een vereiste is voor onze veiligheid en omdat hij de weg weet in het park (er is maar een weg in het park). Korte tijd later springt onze scout Toso met geladen of niet geladen antieke geweer achter in de auto en rijden we door de markt van Debark de bergen in richting het hek van het park. Eenmaal aangekomen bij het hek worden onze entree kaartjes en de aanwezigheid van de scout gecontroleerd. Binnen 10km na het hek zien we al Gelada bavianen. Het is een kleine groep van ongeveer 20 dieren die bezig zijn met het eten van gras. We rijden richting een van de laatste camps in het park (Chennek) waardoor we door het grootste deel van het park rijden en berg op en af gaan. Het Simiën Gebergte is een van Afrika's grootste ketens met verscheidene bergtoppen boven de 4,000m. Het uitzicht is spectaculair vanaf de weg maar eenmaal uit de auto besef je dat de weg je soms langs kliffen lijdt die enkele honderden meters hoog zijn. Aangekomen in Chennek camp voel je de hoogte (3,614 meters hoog) en dat de temperatuur is sterk is gedaald: je zit midden in de wolken die aan het eind van de middag of vroeg in de avond voor veel regen zorgen.
Eenmaal op adem gekomen realiseren we ons dat de auto midden tussen de bavianen staat geparkeerd. Ze zijn werkelijk overal en al snel zijn we druk bezig met het fotograferen van deze mooie bavianen die je alleen kan zien in Ethiopië. Naast het fotograferen is het ook heel interessant om ze gewoon gade te slaan/te observeren en het gedrag en sociale interactie binnen de groep te zien. Al snel zie je verschillende karakters van de dieren en hun rol/rank binnen de groep. Ik, Barry, voelde me compleet in m'n element. Het tussen en zo dichtbij deze dieren zijn is speciaal/heel apart. Ze zijn soms zo dichtbij, soms minder dan 2 meter bij je vandaan, dat het heel anders is dan in andere parken waar je in je auto moet blijven voor je eigen veiligheid. Als je de mannetjes ziet geeuwen en hun tanden ziet vraag je je af hoe veilig het eigenlijk is om zo dicht bij ze te zijn. Tegelijkertijd laten ze geen enkele agressie in onze richting zien. De slimmere die niet gefotografeerd willen worden keren je de rug toe en lopen niet eens weg. Ze zijn met hun ding bezig: het eten van gras.
Van het ene op het andere moment breekt er een klein gevecht uit binnen de groep en het stopt zo snel als het is begonnen hetgeen het moeilijk maakt om te fotograferen. Aan het eind van de middag zoeken de bavianen langzaam de kliffen op waar ze een veilige slaapplaats zoeken voor de nacht. Dit geeft ons net genoeg tijd om, voordat het begint te regenen, eten te maken. Het is koud 's nachts maar gelukkig kunnen we in de auto slapen.
Toso maakt ons vroeg wakker omdat de Geladas er weer zijn en de zon schijnt - een klein beetje warmte voordat deze weer rond 10 uur achter de wolken verdwijnt. De bavianen vlooien elkaar in de ochtendzon terwijl de jongen in een plas water spelen. Ze zitten elkaar achterna en zodra het in een klein gevecht lijkt uit te monden schuilen ze bij hun moeder. Het Simiën Gebergte is adembenemend en de moeite waard om een paar weken in door te brengen om van het landschap en de dieren te genieten of om in te hiken. Regende het maar niet zo veel en was het maar iets warmer...
Ondanks onze moeite om geen scout te nemen worden we vriendelijk duidelijk gemaakt dat een scout met geweer een vereiste is voor onze veiligheid en omdat hij de weg weet in het park (er is maar een weg in het park). Korte tijd later springt onze scout Toso met geladen of niet geladen antieke geweer achter in de auto en rijden we door de markt van Debark de bergen in richting het hek van het park. Eenmaal aangekomen bij het hek worden onze entree kaartjes en de aanwezigheid van de scout gecontroleerd. Binnen 10km na het hek zien we al Gelada bavianen. Het is een kleine groep van ongeveer 20 dieren die bezig zijn met het eten van gras. We rijden richting een van de laatste camps in het park (Chennek) waardoor we door het grootste deel van het park rijden en berg op en af gaan. Het Simiën Gebergte is een van Afrika's grootste ketens met verscheidene bergtoppen boven de 4,000m. Het uitzicht is spectaculair vanaf de weg maar eenmaal uit de auto besef je dat de weg je soms langs kliffen lijdt die enkele honderden meters hoog zijn. Aangekomen in Chennek camp voel je de hoogte (3,614 meters hoog) en dat de temperatuur is sterk is gedaald: je zit midden in de wolken die aan het eind van de middag of vroeg in de avond voor veel regen zorgen.
Eenmaal op adem gekomen realiseren we ons dat de auto midden tussen de bavianen staat geparkeerd. Ze zijn werkelijk overal en al snel zijn we druk bezig met het fotograferen van deze mooie bavianen die je alleen kan zien in Ethiopië. Naast het fotograferen is het ook heel interessant om ze gewoon gade te slaan/te observeren en het gedrag en sociale interactie binnen de groep te zien. Al snel zie je verschillende karakters van de dieren en hun rol/rank binnen de groep. Ik, Barry, voelde me compleet in m'n element. Het tussen en zo dichtbij deze dieren zijn is speciaal/heel apart. Ze zijn soms zo dichtbij, soms minder dan 2 meter bij je vandaan, dat het heel anders is dan in andere parken waar je in je auto moet blijven voor je eigen veiligheid. Als je de mannetjes ziet geeuwen en hun tanden ziet vraag je je af hoe veilig het eigenlijk is om zo dicht bij ze te zijn. Tegelijkertijd laten ze geen enkele agressie in onze richting zien. De slimmere die niet gefotografeerd willen worden keren je de rug toe en lopen niet eens weg. Ze zijn met hun ding bezig: het eten van gras.
Van het ene op het andere moment breekt er een klein gevecht uit binnen de groep en het stopt zo snel als het is begonnen hetgeen het moeilijk maakt om te fotograferen. Aan het eind van de middag zoeken de bavianen langzaam de kliffen op waar ze een veilige slaapplaats zoeken voor de nacht. Dit geeft ons net genoeg tijd om, voordat het begint te regenen, eten te maken. Het is koud 's nachts maar gelukkig kunnen we in de auto slapen.
Toso maakt ons vroeg wakker omdat de Geladas er weer zijn en de zon schijnt - een klein beetje warmte voordat deze weer rond 10 uur achter de wolken verdwijnt. De bavianen vlooien elkaar in de ochtendzon terwijl de jongen in een plas water spelen. Ze zitten elkaar achterna en zodra het in een klein gevecht lijkt uit te monden schuilen ze bij hun moeder. Het Simiën Gebergte is adembenemend en de moeite waard om een paar weken in door te brengen om van het landschap en de dieren te genieten of om in te hiken. Regende het maar niet zo veel en was het maar iets warmer...
Ethiopië: yuyuyuyuyu
07 / Jun / 2010
De grensovergang met Ethiopië is er eentje om niet te vergeten en anders dan alle andere grensovergangen die we hebben meegemaakt tijdens de afgelopen maanden. Je gaat van modderhut naar modderhut en ontmoet mensen zonder uniform of ook maar enigszins lijkend op een beambte. Je krijgt een paar stempels, de carnet de passage wordt getekend en dat is het dan. De Bradt Travel Guide omschrijft het als een "one-horse outpost" en dat is het ook echt.
Na de grensovergang rijden we de bergen in tot ongeveer 2000m hoogte en zien de temperatuur zakken tot ongeveer 16 graden. We graven onze truien op voordat het echt te koud wordt. De weg door de bergen is goed en fijn om op te rijden maar helaas is deze niet gemaakt voor auto's. De weg is hier voor de koeien, geiten, kinderen en iedereen die van dorp naar dorp moet. De rijsnelheid daalt dan ook aanzienlijk maar dat geeft je wel de gelegenheid om van het mooie uitzicht te genieten. In het eerste dorpje waar we doorheen rijden worden we welkom geheten door de kinderen die op de auto af komen rennen en roepen 'yuyuyuyuyuyuyuyuyuyu' terwijl ze je met een grote glimlach uitzwaaien. Dit is zo de hele weg naar Gonder waar we bij de bank stoppen om geld te wisselen omdat de bank aan de grens gesloten is tussen 12 en 15:00 uur. Met wat geld op zak rijden we nog 65km over gravel naar Tim & Kim Village in Gorgora bij Lake Tana om een paar dagen te relaxen. Iedere morgen worden we wakker aan de rand van het meer waarin we een bad nemen en het delen met een hippo en de fish eagles. Het is een mooie plek om bij te tanken waar een jong Nederlands stel een community based project heeft opgezet.
Na de grensovergang rijden we de bergen in tot ongeveer 2000m hoogte en zien de temperatuur zakken tot ongeveer 16 graden. We graven onze truien op voordat het echt te koud wordt. De weg door de bergen is goed en fijn om op te rijden maar helaas is deze niet gemaakt voor auto's. De weg is hier voor de koeien, geiten, kinderen en iedereen die van dorp naar dorp moet. De rijsnelheid daalt dan ook aanzienlijk maar dat geeft je wel de gelegenheid om van het mooie uitzicht te genieten. In het eerste dorpje waar we doorheen rijden worden we welkom geheten door de kinderen die op de auto af komen rennen en roepen 'yuyuyuyuyuyuyuyuyuyu' terwijl ze je met een grote glimlach uitzwaaien. Dit is zo de hele weg naar Gonder waar we bij de bank stoppen om geld te wisselen omdat de bank aan de grens gesloten is tussen 12 en 15:00 uur. Met wat geld op zak rijden we nog 65km over gravel naar Tim & Kim Village in Gorgora bij Lake Tana om een paar dagen te relaxen. Iedere morgen worden we wakker aan de rand van het meer waarin we een bad nemen en het delen met een hippo en de fish eagles. Het is een mooie plek om bij te tanken waar een jong Nederlands stel een community based project heeft opgezet.
